Petanque
Petanque is de Provençaalse variant van jeu de boules, hoewel beide termen vaak als synoniemen worden gebruikt. Jeu de boules omvat alle spellen die met metalen ballen worden gespeeld. Petanque komt van "pieds tanqués" dat "voeten tezamen" betekent.
Inhoud |
bewerken Geschiedenis
Petanque is een typisch bolspel dat in zijn vroegste vorm reeds bij de oude Grieken gespeeld werd. Daar werd het echter nog beoefend als een krachtspel. De Romeinen hebben er later meer een behendigheidsspel van gemaakt ongeveer in de vorm zoals we het nu nog kennen. Ook in de middeleeuwen bleven petanque en andere bolspelen erg populair maar daarna verslapte de interesse ervoor met uitzondering van bepaalde streken zoals de Franse Provence.
Na de Tweede Wereldoorlog is het petanque begonnen aan een indrukwekkende opmars die eerst geheel Frankrijk overspoelde maar al spoedig ook andere Europese landen en zelfs daarbuiten. Een van de oorzaken van deze vernieuwde populariteit van het petanquespel moet ongetwijfeld gezocht worden in de promotie die het gehad heeft via het toerisme. De vele toeristen die met het petanque kennismaken in Frankrijk, de bakermat van dit spel, worden er blijkbaar zo door gegrepen dat ze het in hun eigen streken gaan importeren. Momenteel wordt petanque gespeeld in Zuid- en West-Europa, Noord-Afrika, de VS, Canada en zelfs tot in Thailand en Japan toe.
bewerken Spelregels en techniek
Bij petanque is het de bedoeling om de metalen ballen zo dicht mogelijk bij een klein houten balletje (de but of cochonnet) te werpen of te rollen. De afstand van de cirkel (van waaruit de spelers werpen) tot de but kan variëren van 6 tot 10 meter. Het spel kan op elke ondergrond worden gespeeld, maar vaak wordt er gekozen voor een ondergrond van zand of (grof) grind. In Frankrijk beleeft de sport zijn grootste populariteit, met 480.000 bondsleden, en ongeveer 17 miljoen vrijetijdsspelers.
Petanque kan zowel individueel als in teamverband gespeeld worden, waarbij een team kan bestaan uit twee of drie spelers. Men noemt dit ook wel doublette en triplette. Individueel noemt men ook tête-à-tête. Als met drie spelers per team wordt gespeeld, heeft elke speler 2 ballen, terwijl elke speler bij doublette en tête-à-tête 3 ballen heeft. De metalen ballen hebben een diameter tussen 70,5 en 80 millimeter, en een gewicht tussen 650 en 800 gram. De but heeft een diameter van 30 millimeter met een variatie van 1 mm.
Het team dat de wedstrijd mag beginnen wordt bepaald door loting. Degene die de toss wint, trekt een cirkel met een diameter tussen de 35 en 50 centimeter en gooit het but uit op een afstand tussen de 6 en 10 meter. Het team dat het but werpt, werpt ook de eerste boule en probeert deze zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen. Daarbij moet er op gelet worden dat de voeten in de cirkel staan en zij niet van hun plaats mogen komen voordat de geworpen boule de grond heeft geraakt.
Vervolgens mag de tegenpartij proberen een boule dichter bij het but te plaatsen (pointer), de bal van het andere team te verplaatsen (tirer of schieten) of het but te verplaatsen.
Het team dat het dichtste bij het but ligt, speelt pas weer als de tegenstander beter ligt of geen boules meer heeft.
In het laatste geval mag dat team proberen meer punten te scoren door boules dichterbij te brengen dan de beste van de tegenstander. Voor elke boule die een speler dichter heeft geplaatst dan de tegenpartij krijgt men een punt (max. 6 punten bij triplette en doublette). Dan is de ronde of mène voorbij. Het team dat heeft gescoord, trekt een cirkel op de plaats waar het but lag en gooit hem opnieuw, waarna de volgende mène begint.
Het spel eindigt als een team het eerste 13 punten heeft behaald.
bewerken Petanque in België
Het succes van het petanque na de Tweede Wereldoorlog is ook aan België niet voorbijgegaan (cfr. sociologische steekkaart). Bovendien is dit succes niet beperkt gebleven tot het vlak van de recreatieve sportbeoefening, ook op internationaal wedstrijdniveau zijn de Belgische petanquespelers hun kinderschoenen ontgroeid. Hoogtepunt hierbij was ongetwijfeld het behalen van de wereldtitel in 1981 in Gent. De georganiseerde petanquesport in het land berust in handen van de Belgische Petanque Federatie (BPF) die in 1981 153 clubs en ongeveer 8000 aangesloten leden telde. Conform met het decreet betreffende de erkenning en subsidiëring van landelijk georganiseerde sportverenigingen werd de federatie opgesplitst in twee regionale liga's. Voor Vlaanderen is dit de Vlaamse Liga ter bevordering van de Petanquesport (VLPS) en voor Wallonië is dit de Fédération Belge Francophone de Pétanque (FBFP). Bij de Vlaamse liga zijn bij een veertigtal clubs een kleine 2000 leden aangesloten, waarbij het zwaartepunt ligt in de provincie Oost-Vlaanderen en meer bepaald in Gent. De aangesloten clubs kunnen in het kader van beide federaties deelnemen aan zonale, liga- of nationale kampioenschappen.
bewerken Sociologische steekkaart
Een duidelijke illustratie van het succes van het petanque ook bij ons zijn de participatiecijfers. Voor 1975 bedroeg dit cijfer 6,7%; in 1980 was het al gestegen tot 14,3% waarmee het petanque op een tiende plaats terechtkwam in de rangschikking van alle sporttakken volgens hun participatiegraad in Vlaanderen. Niet niks dus hoewel men deze cijfers wel enigszins moet relativeren. In de eerste plaats omdat het petanque, meer dan waarschijnlijk enig andere sporttak, zich leent als vakantie-, strand- of tuinspel bij uitstek. Het heeft er trouwens ook alle kwaliteiten voor: weinig of geen uitrusting en infrastructuur, eenvoudig van opzet, nadruk op de behendigheid i.p.v. fysieke kracht, enz. Dit eigen karakter van het petanquespel kan ook afgeleid worden uit de opvallende discrepantie tussen gelegenheidsspelers en georganiseerde spelers. Een participatiegraad van 14,3% staat immers voor ongeveer een half miljoen mensen die tijdens het afgelopen jaar minstens eenmaal aan deze sporttak deelgenomen hadden terwijl volgens de gegevens van de VLPS er slechts een kleine tweeduizend bij haar clubs aangesloten zijn. Deze vaststelling wordt bevestigd door het onderzoek van 1980: 96,7% van diegenen die participeerden aan petanque deden dit in los verband, 3,8% in andere verenigingen en slechts 2,9 in clubverband. Een andere indicatie voor onze stelling is dat het activiteitsaandeel of het aandeel van het petanque in de totale sportbeoefening van de Vlaming beduidend lager ligt dan men op basis van de hoge participatiecijfers wei mocht veronderstellen, nl. 1,3% in 1975 en 1,2% in 1980. Hiermee staat het petanque slechts op een negentiende plaats gerangschikt in de volgorde van de sporttakken volgens dit criterium. Als afronding kunnen we dus stellen dat het petanque weliswaar een zeer ruime verspreiding kent onder de Vlaamse bevolking maar dat het in de meeste gevallen nog beoefend wordt als gelegenheidsspel tijdens vakantie of als ontspannend gezelschapsspel eerder dan als een echte sporttak.
bewerken Externe links
- www.njbb.nl, de Nederlandse Jeu de Boules-Bond
- www.pfv.be, Petanque Federatie Vlaanderen
- www.pov-petanque.be, Petanque Oost-Vlaanderen België
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Pétanque op Wikimedia Commons. |
